Ik ben uitgenodigd om in het kader van de Vertalersgeluktournee iets te vertellen over het door Harm Damsma en mij vertaalde Wat we kunnen weten van Ian McEwan. Liefst met speciale aandacht voor een vertaalprobleem, want ons geluk bestaat uit problemen.
Velen hier zullen het boek inmiddels gelezen hebben. Die mensen ga ik niet het gevoel geven dat ze de beste leerling van de klas zijn en alles al weten, want ik zal weinig over de inhoud zeggen. En voor de mensen die het boek nog niet gelezen hebben wil ik natuurlijk ook niet te veel verklappen. Het belangrijkste om te weten is dat de roman uit twee delen bestaat, met twee verschillende ik-figuren. Het eerste deel speelt zich af over honderd jaar. De auteur zelf zegt hierover: It is science fiction without the science.
In 2120 is door kernoorlogen en klimaatverandering de wereldbevolking drastisch afgenomen en de zeespiegel dermate gestegen dat van Groot-Brittannië niet meer over is dan een groep eilandjes. Het milieu is danig verarmd, de meeste plant- en diersoorten die wij kennen bestaan niet meer. De heersende supermacht is Nigeria. Technologie functioneert nog maar mondjesmaat, en de levensstandaard is sterk gedaald.
Toen we dit voor het eerst hoorden schrokken we, want hoe vertaal je de taal van 2120 in het Nederlands van 2120?
…..Download rechtsboven de PDF voor de volledige tekst. Als uw voorkeur uitgaat naar Epub-formaat, kunt u het bestand downloaden door hier te klikken. En hier vindt u het bestand in Word.


