Op 28 november plaatste het Reformatorisch Dagblad een uitvoerige recensie van een recente bundel preken van Augustinus. Dat boek was het werk van een Augustinus-vertaalgroep uit Eindhoven, waarvan ik deel uitmaak. De recensent, Klaas van der Zwaag, ging diep op de tekst in. Maar geen woord over de vertaling, de vertalers, of zelfs maar over het feit dat het hier een vertaling betrof.
Zoiets is voor vertalers teleurstellend. Ze willen graag een beetje aandacht, een beetje erkenning. En dan liefst niet met het obligate oordeel ‘vlot leesbaar’ of een treurig lijstje fouten.
Maar het is ook mooi: de vertaler is transparant, onzichtbaar geworden, en eigenlijk hoort dat ook zo. De Nederlandse lezer leest de tekst als de woorden van de schrijver. Rechtstreeks. Kennelijk zonder iets van een belemmering te ervaren.
Iets dergelijks geldt ook voor een persklaarmaker, een typograaf, een redacteur of een uitgever, ja, een boekbinder: als het goed is ziet de lezer hem of haar niet staan. En staat zij of hij dus niet in de weg.
Toch valt de vertaler in de literaire wereld wat sneller op. Hij, of zij, staat op een of andere manier heel dicht bij de auteur. En loopt dus ook veel risico, moet zijn nek uitsteken. Vertalen is riskant maar belangrijk werk. Daar hoef ik hier wel niemand van te overtuigen…
….. Download rechtsboven de PDF voor de volledige tekst. Als uw voorkeur uitgaat naar Epub-formaat, kunt u het bestand downloaden door hier te klikken. Hier vindt u het bestand in Word en hier kunt u het juryrapport uit 2011 lezen.


