Meer dan alle andere dichters heeft Poesjkin mij van meet af aan gefascineerd. Zijn gedicht ‘De nachtegaal en de roos’, wat ook de titel is van mijn laatste bundel, vertaalde ik al in het voorjaar van 1946. Ik zat toen op een prachtige, zoele en doodstille avond voor een open raam in mijn ouderlijk huis in Den Haag, en vlakbij in de duinen floot een nachtegaal oorverdovend. De lichte ironie van dat gedicht heeft mij altijd bijzonder aangesproken als typerend voor Poesjkins werk. Die ironie klinkt door in bijna al zijn poëzie en versluiert zijn onderliggende emoties – emoties die in zijn persoonlijk leven zo gedomineerd hebben. Veel aspecten van Poesjkins leven en veel facetten van zijn karakter heb ik in de loop der jaren leren onderscheiden. Zelf heb ik me daarmee, tot op zekere hoogte, ook wel leren vereenzelvigen. Maar het is zoals met mijn diplomatieke posten: je bewaart bij alle warme betrokkenheid toch altijd afstand en objectiviteit. Poesjkin zelf is je daarbij behulpzaam. De voorname allure en discipline van zijn poëzie en proza zijn een soort vingerwijzing: tot hiertoe en niet verder, noli me tangere!
….. Download rechtsboven de PDF voor de volledige tekst. Als uw voorkeur uitgaat naar Epub-formaat, kunt u het bestand downloaden door hier te klikken. Hier vindt u het bestand in Word en hier kunt u het juryrapport uit 1997 lezen.


